|
De grondlegger van de homeopathische geneeskunde is dr. Samuel
Hahnemann, die op 11 april 1755 in Meissen aan de Elbe werd geboren en overleden
is op 2 juli 1843 te Parijs.
Hij ontdekte dat, bij een proef met kinine, een kleine
hoeveelheid van deze stof, dezelfde symptomen veroorzaakte die hij had bij
malaria-aanvallen.
Hij experimenteerde jarenlang en dit bracht hem uiteindelijk op
de ontdekking van het belangrijkste beginsel van de homeopathie, de
gelijksoortigheidsregel: wat iets veroorzaakt, kan het ook genezen. Hij
publiceerde zijn ontdekking: 'similia similibus curentur' in 1796. Hij
ontdekte dat hele kleine hoeveelheden van de werkzame stof nog betere resultaten
gaf.
Hij ontwikkelde een procedure waarbij plantaardige geneesmiddelen
via een vaste methode verdund worden en door deze verdunning steeds op ritmische
wijze te 'kloppen' werd de werking versterkt. Deze methode heet potentiëren.
Homeopathie activeert het zelfgenezend vermogen. |